| |
|
Het voorbereiden van de ondergrond
Een goede voorbereiding is het halve werk. Belangrijk is dat u de ondergrond vlak en vrij van hobbels en bulten maakt. Vooral bij veel onkruid en grote oneffenheden kunt u beter eerst spitten. Daarna met een hark de aarde vlakstrijken en vervolgens met een roller de grond aandrukken. |
| |
|
|
Het uitrollen van de graszoden
Makkelijker werk bestaat niet. Zodra de ondergrond volkomen egaal is en gelijkmatig aangedrukt gaat u de grond licht bevochtigen. De graszoden kunt u dan gaan uitrollen. Leg ze strak tegen elkaar en dek eventuele kieren af met wat aarde, om uitdroging te voorkomen. |
| |
|
Na het leggen van de graszoden
Als u de graszoden heeft uitgerold, dan drukt u het gehele kant-en-klare ‘tapijt' stevig aan. Belangrijk is dat u nu regelmatig en royaal sproeit. Blijf dit doen tot de graszoden vastgegroeid zijn aan de ondergrond. Pas gelegde zoden zijn erg gevoelig voor verdroging. Wat u beslist niet mag doen is, gedurende de eerste 4 weken kunstmest strooien. |
| |
|
|
Het maaien en bemesten van graszoden
Afhankelijk van de tijd van het jaar kunt u soms na 2 weken voorzichtig gaan maaien. Zorg er voor dat er de eerste maand niet korter dan 5 cm gemaaid wordt. Stel de machine dus af op de juiste hoogte. Gedurende de groeiperiode elke 6 à 8 weken het gazon bemesten met 1 kg kunstmest per 100m². Door voldoende te bemesten kunt u bovendien het ontstaan van mos voorkomen. |